Prinses Beatrixschool
"Waar je kind mag zijn!"

Trompweg 12
7441 HR Nijverdal
T: 0548 655249
E: info@beatrix-ikt.nl 

Onderwijsconcept: Continu Verbeteren

Continu verbeteren in de school
Veel scholen beschikken over populaire documenten als visie, missie en kernwaarden, die op websites en in schooldocumenten gecommuniceerd worden. Maar in hoeverre leeft dit binnen het schoolteam. Kennen zij de missie? Wat betekent deze voor hen? In hoeverre geeft deze richting aan hun dagelijks werk? Wat merken leerlingen en ouders hiervan?

Essentieel bij de continu verbeter benadering is dat de visie, missie, kernwaarden en schooldoelen breed gedragen worden door het schoolteam, bestuur, leerlingen en de ouders. Deze geven richting aan verbetering en de keuzes om initiatieven wel of niet op te pakken.

Bij continu verbeteren wordt nadrukkelijk het traditionele topdown denken losgelaten. Als betere resultaten door de leerlingen bereikt moeten worden, dan moeten leerlingen kennis hebben van het doel en de manier waarop dit bereikt gaat worden.

Bij de continu verbeter benadering wordt de leerling actief betrokken bij de missie, gedragsregels en de doelen in de groep en op persoonlijk niveau. Vragen die centraal staan zijn:
- Wat verwachten we van je?;
- Hoe kunnen we in de klas succesvol samenwerken?;
- Wat wil je zelf leren en hoe wil je dit bereiken?;
- Wat verwacht je van je ouders en van je juf of meester?

De leraar wordt daarmee meer een procesbegeleider en de leerlingen nemen eigenaarschap voor hun eigen leerontwikkeling.

Data gedreven
Data gedreven werken staat centraal in de continu verbeter aanpak. Dit houdt in dat er wordt uitgegaan van meetbare waarnemingen in plaats van losse meningen, aannames of vage ideeën. Dit zie je terug in: Het stellen van SMART doelen: op het niveau van de school, groep en leerling.

Monitoring en bijsturing o.b.v. data: dit kunnen scores van (tussen)toetsen zijn, opinie peilingen (wat vinden leerlingen hiervan?) of proces metingen (wel stappen zijn er gezet om bijvoorbeeld een nieuwe methode in te voeren?) Monitoring gebeurt frequent om op tijd te kunnen bijsturen. Gebruik van het PDSA model om bij te sturen en te verbeteren: dit is een eenvoudige en gestructureerde manier om gezamenlijk een probleem op te lossen. Kern van de PDSA is dat er wordt uitgegaan van feiten bij probleemanalyse, het testen van de oplossing en borgen van de invoering hiervan.

Leren van elkaar

“Wie snel wil gaan, gaat alleen. Wie ver wil komen, gaat samen”

Leren van en met elkaar is het basis principe van de continu verbeter aanpak. Dit is altijd gekoppeld aan de visie, missie, waarden en doelen en verbeteracties die je met elkaar hebt. Bij de continu verbeter aanpak wordt het werk zodanig georganiseerd dat collectief leren onderdeel is van de dagelijkse routine. Kennisdeling is niet voorbehouden aan speciale groepen binnen de school, maar wordt iedereen gestimuleerd om te reflecteren en te leren van elkaar. Dit kan alleen ontstaan binnen een open cultuur waarbij fouten maken mag.

Met continu verbeteren is iedereen binnen school verantwoordelijk voor zijn eigen ontwikkeling. Iedere betrokkenen is eigenaar van zijn eigen leerproces. De groepen hebben een missie voor hun eigen groep geformuleerd en hebben klasse – afspraken gemaakt. Tevens bepalen zij met elkaar groepsdoelen. Om te kijken of zij dit doel hebben behaald gaan zij zelf de data analyseren. Dit alles is zichtbaar op het databord in de groep.

Na de groepsdoelen ook individuele leerlingdoelen opstellen
Doelen stellen met leerlingen levert een enorme betrokkenheid en inzet op, die zowel voor de leerling zelf als voor de leerkracht enorm motiverend werkt. Zeker als de doelen zichtbaar gemaakt worden door middel van grafieken op het databord (groepsdoelen) en als er regelmatig een steekproef als meting wordt gedaan, zodat de leerlingen hun eigen vooruitgang kunnen volgen. Bij een groepsdoel wordt altijd gesproken van een groepsgemiddelde, zodat een matige prestatie van één of meerdere leerlingen geen belemmering hoeft te zijn om het doel met elkaar te behalen. In hun eigen port folio echter kunnen de leerlingen voor zichzelf inschatten hoe ver zij met hun persoonlijke doel zullen komen en bijhouden hoe de vorderingen zijn. Hiervoor stellen zij dus doelen op die zij opnemen in hun portfolio.

Leerlingportfolio
Aan de hand van de groepsdoelen kan ieder kind (met behulp van de leerkracht) zijn of haar persoonlijke doelen stellen. Voor het ene kind zal dat betekenen dat de lat hoger wordt gelegd dan het groepsdoel en voor een ander juist lager. Ieder kind kan de eigen vorderingen bijhouden in een portfolio. Zo wordt de groep, maar ook ieder kind persoonlijk uitgedaagd om te werken aan haalbare doelen. Ook de evaluatie van de doelen, de reflectie op eigen werkhouding en toppers van het werk van de leerling krijgen een plaats in de portfolio. Twee keer per jaar (na de toetsweken) zal er met de leerlingen een gesprek plaatsvinden waarin de doelen worden opgesteld/geëvalueerd. Na deze portfoliogesprekken vinden de oudergesprekken plaats die door de leerlingen worden geleid (vanaf groep 2).

Door leerling geleid oudergesprek
Als een leerling zelf een groot aandeel heeft in het oudergesprek ontstaat er een open dialoog over het werk op school tussen de ouders, het kind en de leerkracht en moedigt het de ouders aan vertrouwen te hebben in hun kind. De leerkracht is begeleider en vult aan waar nodig. De grote voordelen van zo'n oudergesprek door het kind geleid zijn dat de leerlingen zich veel meer verantwoordelijk voor hun eigen leerproces en vorderingen. Bovendien leren ze hoe ze hun eigen werk kunnen evalueren en oefenen ze in het presenteren van hun portfolio.